de Harzburg

Responsive image

mei 1218 - Harzburg
Vernederd, verbitterd en geminacht sterft keizer Otto op 19 mei 1218 op de Harzburg aan buikloop - nog geen 43 jaar oud. Sinds hij tegen Frederik II het onderspit heeft gedolven, heeft hij zich eigenlijk nooit meer buiten Braunschweig gewaagd – drie jaar geleden heeft hij, bij wijze van laatste strohalm, nog een gezantschap gestuurd naar het Vierde Concilie van Lateranen in een vertwijfelde poging alsnog absolutie te krijgen.

Bern

Responsive image

april 1218 - Bern
Met de dood van hertog Berthold V is enkele maanden geleden een einde gekomen van het weliswaar oude, maar niet zo gelukkige geslacht van de Zähringers, de adellijke familie in het zuidwesten van Duitsland. Na zes generaties sterft de dynastie nu uit: Berthold is weliswaar getrouwd, en heeft zich misschien ook wel voortgeplant – maar er is geen aanwijsbare wettige erfgenaam.
Daarmee komt er een sneu einde aan de geschiedenis van een familie die tweehonderd jaar verwoede pogingen heeft gedaan om volwaardig op het hoogste adellijke plan te komen met de andere grote Duitse vorsten. Zij hebben druk genoeg bezig geweest en hebben een actief stichtingsbeleid gevoerd in het huidige Berner Oberland en rond het Vierwoudstrekenmeer, waar zij tal van kloosters, dorpen en steden stichten. Nog een twintig jaar geleden (1191) is Bern gesticht.

Het is een beetje misgegaan toen keizer Hendrik III in 1057 Berthold I niet beleende met het toegezegde hertogdom, respectabele hertogdom Zwaben – maar met een kunstmatig hertogdommetje Karinthië plus wat graafschapjes. Wat de familie sindsdien ook probeerde – nooit slaagden zij er in een hertogdom te krijgen dat écht voor vol werd aangezien. Daarbij komt ook nog eens de pech dat zij klem komen te zitten in de troonstrijd tussen de Welfen en de Staufers. Dat doet zoveel stof opwaaien, dat de Zähringers nog blij mogen zijn dat ze niet in het gewoel ten onder gaan.

Caesarea Maritima

Responsive image

maart 1218 – Caesarea Maritima

Bisschop Otto I van Münster, verwant aan de garven van Oldenburg, heeft geprofiteerd van de Duitse troonstrijd tussen Filips IV van Hohenstaufen en Otto IV van Brunswijk. Toen de bisschopsstoel van Münster vacant kwam, werd hij bij het domkapittel naar voren geschoven als kandidaat van de factie der Welfen. Na de dramatische dood van Filips (Bamberg 1208) zit de nieuwe bisschop van Münster helemaal gebeiteld. Zijn beschermheer en naamgenoot wordt in 1209 tot keizer gekroond – het heeft er alle schijn van dat de bisschop op het goede paard heeft gewed. Hij heeft er zin in, en maakt zich sterk voor de economische bloei van kloosters en stiften in zijn bisdom. Maar schijn bedriegt.