Sicilie en zijn overheersers

Responsive image

Sicilië heeft altijd vreemde overheersers aangetrokken. Het werd veroveraars ook niet moeilijk gemaakt: met een kustlijn van duizend kilometer was dit grootste eiland van de Middellandse Zee toch nauwelijks te verdedigen.

Het eiland was ofwel het centrum van politieke en culturele stromingen, ofwel de buitenste rand ervan. Door zijn ligging tussen Oost en West, tussen Noord en Zuid, was het voor Sicilië altijd erop of eronder.

Sicilië en de Grieken

Gelegen op het snijpunt van drie continenten en door drie zeeën omgeven, heeft Sicilië drie keer een culturele hoofdrol gespeeld. De eerste keer was dat van de 8e tot de 3e eeuw v.Chr., toen Griekse kolonisten zich vestigden in de kuststreken van Zuid-Italië en Sicilië en de ene onafhankelijke stad (polis) na de andere stichtten. Van de drie metropolissen in de klassieke oudheid liggen er twee op Sicilië: Syracuse en Agrigento. De derde was Athene.

Na de Grieken namen de Romeinen Sicilië zes eeuw lang in bezit. De langste overheersing – maar niet de gelukkigste. Het eiland bleef bezet gebied en werd altijd als onderdaan beschouwd, nooit als bondgenoot. Omdat het eiland niet geromaniseerd werd, vond de Romeinse cultuur nauwelijks ingang en bleef Grieks de taal van het gewone volk. De Romeinen deelden het land op in grote feodaal bestuurde landgoederen, latifundia, die door slaven werden bewerkt.

Sicilië en de Arabieren

Na de Romeinen en de Byzantijnen, werd Sicilië in de 9e eeuw geleidelijk veroverd door de Arabieren. Dit was de tweede bloeiperiode voor Sicilië. Onder Arabische heerschappij was Sicilië het rijkste en meest tolerante land in het Middellandse Zeegebied. De met 'Arabieren' of ‘Saracenen’ aangeduide veroveraars waren een bonte mengeling van Egyptenaren, Arabieren, Berbers, Perzen en Soedanezen. Zij schaften het gehate Byzantijnse belastingstelsel af, en vestigden een voorbeeldig bestuur. Veel christenen bekeerden zich tot de Islam, hoewel zij tegen betaling van een “ongelovigenbelasting” hun godsdienst vrijelijk mochten blijven beoefenen, net zoals de Joden.

Anders dan de Romeinen, kwamen de Arabieren ook dingen brengen. Zij introduceerden allerhande nieuwe landbouwproducten: suikerriet, rijst, gedroogde pasta, citrusvruchten, katoen, dadels, consumptie-ijs. Ook voerden zij uitgekiende systemen van kanalisering en irrigatie in.

De Romeinse latifundia werden omgevormd tot kleine tuinbouwbedrijven, en binnen korte tijd werd Sicilië het rijkste eiland van de Middellandse Zee. Palermo werd een wereldstad van ongekende rijkdom; een metropool met driehonderdduizend inwoners en honderden moskeeën.

Rond het jaar 1000 was Palermo sprookjesachtig mooi. Prachtige paleizen met weelderige tuinen, en gouden daken van de moskeeën die glansden en schitterden in de zon. Door onderlinge twisten slaagden de Arabieren er alleen niet in een uniforme bestuursstructuur in te voeren. Dat bood kansen voor de volgende golf vreemdelingen die het op Sicilië voorzien hadden: de Normandiërs.

Sicilië en de Normandiërs

Halverwege de elfde eeuw, raakt de adel van Europa op drift. Ook vanuit Normandië zetten de ridders zich in beweging. Onder hen zijn Normandische edelman Tancred van Hauteville (Altavilla) en zijn twaalf zonen die er op uit trekken om hun fortuin te zoeken en om te vechten tegen de "ongelovigen". In 1061 komen zij naar Sicilië, en kijken hun ogen uit naar het eiland en naar de glanzende pracht van zijn Arabische heersers. Waarom zouden ze verder trekken als hier alles is wat een mens kan verlangen? Hoewel de Arabische heerschappij al over zijn hoogtepunt heen is en in geen enkele bedreiging vormt voor Het Geloof, zijn er nog genoeg Arabieren over om een geloofwaardig verhaal over kerstening aan op te hangen. Met de zegen van de paus wordt Sicilië in de loop van de volgende dertig jaar geleidelijk door de Normandiërs ingelijfd.

Daartoe uitgenodigd door de Byzantijnen verdrijven de broers Robert Guiscard en Rogier samen de Saracenen van het eiland Sicilië. Maar daarna verdrijven ze ook de Grieken, en nemen vervolgens zelf heel Zuid-Italië in: Apulië, Calabrië - al het gebied ten zuiden van de Kerkelijke Staat: het Koninkrijk van de Twee Siciliën.

Sicilië beleeft zijn derde periode van bloei als de Normandiërs er op de grondvesten van het Byzantijnse en Arabische bestuur hun vorstendom stichten.

Rogier I wordt opgevolgd door zijn zoon Rogier II, die in 1130 in Palermo als eerste Normandiër wordt gekroond tot Koning van Sicilië en Apulië. Een kanjer van een koning, deze Rogier II, het hoogtepunt van de Normandische bestuurstraditie in Sicilië. Zijn bewind vormde het hoogtepunt van de Normandische bestuurstraditie in Sicilië. Zijn hof wordt het culturele centrum van belangrijke kunstenaars en wetenschappers, en hij leidt zijn koninkrijk met strakke en efficiënte hand.

De Normandiërs zijn voortreffelijke, efficiënte bestuurders, die de basis hebben gelegd voor een aantal staatkundige elementen die tot de dag van vandaag zijn blijven bestaan. Bij de Normandiërs ligt de uitvoerende macht van de koning niet meer bij vazallen maar bij zijn functionarissen (ministerialen). Geen machtige, inhalige en onbetrouwbare hertogen en graven met eigen ambities, maar een krachtig netwerk van controleerbare ambtenaren, die nooit zoveel macht kunnen krijgen dat ze een bedreiging kunnen vormen. Sicilië is de eerste, sterk gecentraliseerde ambtenarenstaat waarin de verschillende etnische groeperingen eendrachtig samenwerken.

Het ging Sicilië goed onder Normandische heerschappij. Tegen het einde van de 12e eeuw was Sicilië de rijkste staat van Europa. Dat was het moment waarop Frederik II werd geboren.