Centraal-Aziƫ

Responsive image

september 1218 – Centraal Azië
Een kleine eeuw geleden, toen de Liao-dynastie uit Mantsjoerije in westelijke richting werd verdreven door de invallen van de Jurchen, heeft Yelü Dashi, de laatst telg uit dit vorstenhuis, rond 1125 in Centraal-Azië een nieuwe dynastie gesticht in het gebied dat later Kirgizië gaat heten.
Het nieuwe rijk is dat  van de Kitan, die ook wel de ‘Westelijke Liao’ worden genoemd. Het rijk wordt bestuurd vanuit de hoofdstad Balasagoen. Daarbij nemen de Kitan veel gebruiken en verworvenheden over van de Chinezen, zoals de Chinese kalender, de keizerlijke attributen en hun bestuursvorm die gebaseerd is op de leer van Confucius. Als zelfstandig rijk is de Kitan geen lang leven beschoren. De oprukkende Mongolen onder Genghis Khan veroveren het rijk in één vloeiende, verwoestende beweging.

Damiate

Responsive image

augustus 1218 - Damiate
De Vijfde Kruistocht zat er al een tijdje aan te komen. De oproep van paus Innocentius III tot de bevrijding van Jeruzalem dateert van vijf jaar geleden. Innocentius zelf is inmiddels overleden – maar aan het voornemen om Jeruzalem te heroveren wordt onverminderd vastgehouden. De aanmonstering en feitelijke voorbereidingen, die bijna twee jaar in beslag hebben genomen, hebben hun vruchten afgeworpen. Er is uit alle hoeken en gaten van de christelijke wereld een imposante troepenmacht op de been gebracht. Kroniekschrijvers noemen aantallen van tegen de 100.000 man. Sinds de massamoord op moslims in Lissabon (1217) zit de stemming er goed in.
Jan van Brienne, koning van Jeruzalem, heeft een strategie bedacht hoe het zwaar verdedigde Jeruzalem weer in christelijke handen kan komen. In dit plan wordt niet uitgegaan van een aanval op Jeruzalem – maar op Egypte. Het idee is dat de verovering van een belangrijke Egyptische stad (Alexandrië of Damiate) de macht van de Ajjoebiden in Egypte zal breken en onderhandelingen met de moslims op gang zal brengen die kunnen uitmonden in het uitruilen van Jeruzalem.

Eisenach

Responsive image

juli 1218 - Eisenach
Op de Wartburg, de hoogteburcht boven Eisenach, ontvangt Lodewijk IV van Thüringen deze maand de ridderslag. Lodewijk (1200-1227) is de tweede zoon van de machtige markgraaf Herman van Thüringen en Sophia van Wittelsbach. Waar de ceremonie op zich al een hoogtepunt is in het leven van een edelman, krijgt de gebeurtenis in zijn geval extra gewicht. Hoewel hij nog achttien moet worden, is hij al een belangrijk man. Nadat twee jaar geleden zijn broer (Hermann junior) op jonge leeftijd is overleden, is Lodewijk zijn vader opgevolgd, die vorig jaar is gestorven.
Hij lijkt een zonnige toekomst tegemoet te gaan. Niet alleen heeft het lot (danwel de Goddelijke Voorzienigheid) hem bestemd voor een van de hoogste posten in het Duitse rijk, ook zijn persoonlijk leven biedt stralende vooruitzichten. De koningsdochter Elisabeth van Hongarije, die voorzien was als bruid voor zijn broer, zal nu de zijne worden. Lodewijk kan zijn geluk niet op. In plaats van de zwager te worden van het schattige meisje met wie hij opgroeide, wordt hij haar echtgenoot. Waar huwelijken in de Middeleeuwen gearrangeerd worden uit zakelijke-politieke overwegingen, is het voor Lodewijk en Elizabeth een groot geluk voor de twee dat zij dól zijn op elkaar. Ze moeten nog een paar jaar geduld hebben. Pas in 1221 wordt Elizabeth veertien jaar – de huwbare leeftijd.

Toulouse

Responsive image

juni 1218 - Toulouse
Wat er nog over is aan katharen kan opgelucht ademhalen: op 25 juni sterft de Franse Graaf Simon IV van Montfort, de gevreesde leider van de veldtochten tegen de “afvallige” Albigenzen in Zuid-Frankrijk. Uit de beschikbare kandidaten had paus Innocentius hem gekozen vanwege zijn bewezen vroomheid en moed. De heilige vader werd niet teleurgesteld. Simon van Montfort verwierf met zijn ongekende wreedheden een onverwoestbare reputatie. Hij roeide volledige dorpen en steden uit en liet bij meerdere gelegenheden honderden ongewapende katharen levend verbranden.
Nu is hij zelf gestorven, deze vechtersbaas die ook al van de partij was toen de christelijke kruisvaarders in 1202 als beesten tekeer gingen in het eveneens christelijke Zadar. Hij deed toen de inwoners de belofte dat hun stad gespaard zou blijven. Niettemin werd de stad toch geplunderd en verwoest door de Venetianen, bij wijze van onkostenvergoeding voor het uitrusten van de vloot waarmee de kruisvaarders op pad waren.